top of page

Een prijswinnend Covid-onderzoek

Het ontstaan van de Mirror Foundation.

Wat betekent het voor een kind als de schooldeuren sluiten? Tot 2020 had wereldwijd niemand daar een scherp antwoord op: grootschalige scholensluitingen waren nog nooit onderzocht. Nederland leverde onverwacht het bewijs. In enkele weken lockdown verdween evenveel leergroei als normaal in een vijfde schooljaar, met kinderen uit kwetsbare gezinnen als zwaarste slachtoffers. Dankzij de Mirror Foundation konden onderzoekers van Oxford dit verlies precies meten. Hun publicatie in PNAS liet wereldwijd zien dat zelfs een korte sluiting in een rijk land diepe sporen trekt, en werd zo een sleutelstuk voor omvangrijke herstelprogramma’s in het onderwijs.


Wereldwijd is Nederland het enige land waar we de leerontwikkeling van alle kinderen gedurende de hele basisschool tweemaal per jaar meten. Ja, 'toetsing' is een veelbesproken onderwerp. Maar tijdens een pandemie blijkt het een (imperfecte) reddingsboei, waarmee je beslissingen met een enorm verstrekkende impact kunt onderbouwen. Ook voor andere landen, gesteld voor dezelfde beslissingen (in een pandemie waarvan we toen nog vreesden dat die 5 jaar kon duren) zou een impactmeting van onschatbare waarde zijn. En als een 'best-case land' met een korte scholensluiting, gelijke bekostiging, en een universele internettoegang al forse leerverliezen ziet, dan is de rest van de wereld gewaarschuwd.


Samen met de Universiteit van Oxford werd in een door de Mirror Foundation gefaciliteerde, beveiligde omgeving een dubbel-geanonimiseerde analyse uitgevoerd op een zeer representatieve landelijke steekproef. De kernbevinding: in de lockdownweken toonden kinderen vrijwel geen leergroei; het gemiddelde leerverlies kwam overeen met ongeveer een vijfde schooljaar. Schokkender nog: leerlingen uit kansarme gezinnen werden 50% harder geraakt dan hun leeftijdsgenoten uit kansrijke gezinnen.


Voor de Mirror Foundation betekende dit onderzoek meer dan een publicatie: het was het begin van een rol als kompas in het onderwijsdebat. Uit de PNAS-studie volgde drie jaar monitoring van 250 Rotterdamse scholen, een landelijke vervolgstudie in opdracht van OCW en uiteindelijk de wetenschappelijke onderbouw voor het Nationaal Programma Onderwijs van 8,5 miljard euro. De studie verscheen in PNAS en Nature, twee van de meest gezaghebbende tijdschriften ter wereld, werd ruim 2.500 keer geciteerd en klonk door in beleidsdebatten wereldwijd. Dit is belangrijk om twee redenen. Ten eerste gaf het harde cijfers aan een debat dat anders vooral draaide op gevoel. Ten tweede verschoof het de beleidsfocus van generieke noodmaatregelen naar gericht herstel, met aandacht voor ongelijkheid. Precies dat is onze missie: analytics als spiegel inzetten om beleid scherper te maken en kansen eerlijker te verdelen.

bottom of page